Lexa

“Max! Maaaaxieeee!” Ik sta voor Piet Snot te roepen. Mijn pup luistert voor geen meter. De rest van de puppyklas staat er een beetje bij te grinniken. Het is Max’ eerste keer en sjongejonge, wat maakt hij er nog een potje van.
“Het komt écht nog wel goed, hoor!” roept de trainster. Maar ik krijg het er warm van.
“Naar míj luistert ‘ie nou altijd,” grapt Ad.
“Ja, ha-ha,” mopper ik. En zijn goed bedoelde hand op mijn arm duw ik weg.

Achteraf in de auto blijft het een tijdje stil. Ik denk dat we er allebei over nadenken.
“Ik vind het best moeilijk dat jij er dan bij staat,” begin ik.
“Ja?” Ad klinkt verbaasd. “Maar waarom dan?”
Ik denk er even over na. Ik weet het niet zo goed. “Het was gewoon lastiger dan ik dacht,” mijmer ik. “En jij maakt grapjes tussendoor. Ik merk dat ik dan heel snel afgeleid ben.” Weer valt er een stilte in de auto.
“Maar dat verklaart nog niet waarom ik zo geïrriteerd was,” geef ik uiteindelijk toe.

“Ja!” zegt Ad onmiddellijk. “Die irritatie. Is dat iets dat aan jou ligt, of aan mij?”
“Dat ligt aan jou natuurlijk,” grinnik ik. Ad grijnst ook.
“Nee, maar serieus?” vraagt hij. “Waar ligt dat aan?”
“Het is gewoon frustrerend dat het zo lastig was. Lastiger dan ik had verwacht,” zeg ik.
“Ja, of is het misschien…” probeert Ad voorzichtig, “…dat iets niet in één keer goed gaat? En dat ik daar dan bij sta?”

Zodra hij het zegt, voel ik dat hij gelijk heeft, zoals je soms diep van binnen de waarheid vindt. Ik vond het verschrikkelijk dat ik zo stond te stuntelen met de pup terwijl het de anderen, en Ad, veel beter afging.
“Ik denk dat je gelijk hebt,” geef ik toe. Mijn stem klinkt een beetje wiebelig.
Ad knikt bedachtzaam. “Maar dat iets niet lukt, maakt niet uit – en dat weet je, toch?”
Ik staar voor me uit.

“Dit is jouw grootste probleem, denk ik,” gaat mijn vriend verder. “Dat móéten presteren, dat je overal de beste in moet zijn.”
“Ik hoef niet de beste te zijn!” werp ik tegen. “Of wel… maar da’s geen arrogantie.”
“Nee, dat weet ik ook, dat is jouw perfectionisme.” Ad glimlacht naar me. “Maar waaróm dan, schat?”
Ik zucht diep. Ik heb zo’n hekel aan wat er nu komt. Confronterende waarheden, tranen, bah. Maar ik kan het maar beter onder ogen zien:

“Ik ben bang dat mensen mij anders niet leuk vinden.”
En hop, daar ga ik al. Ik begin te huilen. Ad moet lachen en aait over mijn knie.
“Maar schat, dat is echt onzin! Je inzet is veel belangrijker, en hoe je bent! Ik heb ook een paar van die josties rondlopen op mijn werk. Die kunnen niks, maar die zijn wél heel aardig.”

Ik snotter gewoon door. “Ik denk dat ik toen ik opgroeide dat stukje heb gemist waarin iedereen leert dat ze okee zijn om wie ze zijn. En nu ben ik bang dat als iets me niet perfect lukt, mensen minder van me houden.”
Ad schudt z’n hoofd. “Nee joh. Je kent die reclame van Lexa toch? Wat jij niet perfect vindt aan jezelf, vindt de ander juist geweldig? Dat moet jouw nieuwe motto worden.”
Ik lach door mijn tranen heen. Ad pakt mijn hand en herhaalt het.
“Wat jij niet perfect vindt aan jezelf, vindt een ander juist geweldig.”

Ik knuffel een beetje tegen zijn arm aan en laat de tranen lopen. Dit soort dingen hebben tijd en werk nodig. Het is niet zomaar opgelost met een leuke slogan van Ad, maar dat helpt wel. Zijn grapjes en (zelfbedachte) motto’s krijgen me door lastige momenten heen. En zo kom ik telkens een stapje verder.
En leert mijn hond uiteindelijk om naar mij te luisteren. Hoop ik dan.

“Niemand is perfect. Maar dat is nu net wat ze leuk aan je vinden.”

3 Replies to “Lexa”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s